"Begeleiden" van de autonome persoon-in-ontwikkeling
De Kritische Ontwikkelingsbegeleider benadert de mens als een persoon-in-ontwikkeling (in wording), die in wisselwerking (door middel van structurele koppeling) met de wereld zijn eigen instandhouding en ontwikkeling beheert en bepaalt. Elk individu bepaalt zelf hoe, wanneer en door welke structurele accommodaties en assimilaties het zich aanpast aan de kenmerken en eisen van de omgeving. De persoon functioneert autonoom (zelfstandig) en ontwikkelt zich autogenetisch (op eigen initiatief) en kan dus hoogstens begeleid of geholpen worden in zijn ontwikkeling die van binnen uit vertrekt. Vandaar het beklemtoonde gebruik van de termen "begeleiding"en "begeleider". De termen "opvoeding" en "opvoeder" zijn hier minder adequaat omdat zij de nadruk leggen op een buiten de persoon liggend opvoedingsdoel.
"Begeleiding" suggereert ook dat men in een door het sociale milieu bepaalde richting (opvoedingsdoel) kan begeleiden, maar het accent ligt op de noodzaak uit te gaan van de persoon. Begeleiden impliceert dus dat men expliciet rekening houdt met wat de persoon actueel is, kan en kent en dat men dus ook respect en begrip toont voor zijn tekortkomingen en onvermogen. Dit betekent in de praktijk dat de ontwikkelingsbegeleider altijd vertrekt van de actuele leefsituatie en prestatiebekwaamheid van de begeleide persoon (bottom up), en niet vanuit een vooraf bepaald (opvoedings)doel of vanuit extern bepaalde "eindtermen" (top down).
Deze begeleidingsvisie wordt geoperationaliseerd (in praktijk omgezet) als een vorm van hulpverlening die strikt individueel gericht is en die uitgaat van een zo expliciet mogelijke kennis van, en uitgesproken respect voor de bestaande beperkingen, compensaties, blokkeringen en defecten. De begeleiding vertrekt altijd van de actuele zijnstoestand van de begeleide persoon, rekening houdend met de actueel beschikbare (of oproepbare) mogelijkheden, capaciteiten en competenties. Dit betekent dat de kritische ontwikkelingsbegeleider-therapeut in de praktijksessies nadrukkelijk de frustrerende confrontatie vermijdt met (bvb. programmabepaalde) té complexe eisen en situaties die de momentele prestatiebekwaamheid (competentie) en het affectieve verwerkingsvermogen (stresstolerantie) van de persoon overschrijden en dus zouden overbelasten.
Eenvoudiger uitgedrukt: in het kader van de KOH wordt de toegelaten afstand tussen "kunnen" (prestatiebekwaamheid) en "moeten" (opgelegde taak) bepaald door het criterium van de objectieve en subjectieve haalbaarheid. De onoverbrugbare "pedagogische kloof" die dwingt tot overcompensaties en pseudo-leren moet principieel vermeden worden. Om op elk moment en doelbewust een opdracht met een kritische (uitdagende en haalbare) moeilijkheidsgraad uit te kiezen, moet de begeleider een goed idee hebben van de verschillende aspecten en factoren die de prestatiebekwaamheid (competentie) bepalen en van de specifieke problemen waarmee de begeleide moet afrekenen.
"Haalbare uitdaging" en "kritische ervaring"
Dit principe of criterium van de subjectieve haalbaarheid wordt in eerste instantie door de KOH beschouwd als het fundamentele principe dat de begeleider inspireert bij het construeren van "kritische" oefenvormen. In tweede instantie is de indruk van haalbaarheid ook voor de begeleide persoon een belangrijke voorwaarde om echte, positieve, grensoverschrijdende "kritische ervaringen" op te doen. Een derde doorslaggevend aspect dat verbonden is met het gevoel van haalbaarheid van een taak of opdracht is de daardoor geactiveerde "intrinsieke motivatie" die maakt dat de persoon zich volledig zal in zetten en al zijn middelen zal mobiliseren.
In deze context wordt de kritische ervaring, "geproduceerd" door een (gefaciliteerde) grensoverschrijdende prestatie, door de KOH geïdentificeerd en erkend als de kernfactor die de echte (ortho-genetische) ontwikkeling mogelijk maakt.
Het belang van het werken met deze kritische drempelwaarde van de subjectief ervaren moeilijkheidsgraad in het begeleidingsproces wordt uitgedrukt door het gebruik van de term "kritisch" in de benaming van deze methode.
"Kritische ontwikkelingszone" en "kritische opdrachten"
Een interessante opmerking in dit verband is dat het meer bekende begrip "zone van de naaste ontwikkeling", door Vygotsky geïntroduceerd in een sociale interactiecontext, nauw verbonden is met de begrippen kritische ervaring, kritische probleemanalyse, kritische begeleidingsrelatie en kritische begeleiding.
"Ontwikkelende" kritische ervaringen spelen zich immers af in de zone van de naaste ontwikkeling. Opdrachten die in deze zone gelegen zijn noemen wij
kritische opdrachten en de zone van de naaste ontwikkeling zelf wordt dan de
kritische ontwikkelingszone.
In deze termen kan gesteld worden dat een belangrijk onderdeel van de kritische begeleiding bestaat in het bepalen van de kritische ontwikkelingszone voor een bepaald individu, op een gegeven moment en voor een bepaald functiegebied (bvb. waarnemings- en actieveld). Eenmaal deze kritische zone voor een bepaald functiegebied door een kritische probleemanalyse bepaald is, kan de begeleider een duidelijk omschreven specifieke kritische opdracht uitkiezen en zodanig moduleren dat ze de gewenste kritische ervaring kan produceren. Op deze wijze kan de gewenste kritische begeleidingsrelatie ontstaan waarin de begeleid(st)er een vertrouwde en betrouwbare gids wordt die de begeleide persoon werkzame kritische ervaringen kan bezorgen die een vastgelopen of ontspoorde ontwikkeling weer op gang kunnen helpen.
Belangrijk hierbij is in te zien dat deze kritische ontwikkelingszone slechts gemotiveerd "betreden" en "verkend" kan worden, als de begeleide persoon vanuit een cognitief en emotioneel veilige, stabiele en beheersbare situatie (alfafase) geconfronteerd wordt (bètafase) met de, door de kritische ontwikkelingsbegeleider "georkestreerde", haalbare uitdaging.
De termen
begeleiden en
kritisch vullen elkaar aan en verwijzen naar de basisconcepten en de werkhypotheses waarop de KOH steunt.